DSSDV in de routine staat voor Dreiging, Schaak, Slaan, Dreigen, Verbeteren. In het Engels heet de routine TCCTI (Threat, Check, Capture, Threatening, Improve). Volg de routine van links naar rechts bij elke zet die je doet en je bent op weg clubkampioen te worden.

Eerst vraag je je af wat er dreigt. Tijdens mijn vorige schaakleven bij de Vierkante Toren in Culemborg gaf ik schaakles aan de jeugd. We leerden hen om op hun handen te gaan zitten, als de tegenstander aan zet was en dat een paar seconden vol te houden na diens zet en te kijken of er iets dreigde. Zo ja, dan moesten ze die dreiging eerst pareren. Bij geen dreiging kon de volgende stap van de DSSDV-routine afgewerkt worden.

Stap twee: Kijk of je schaak kan geven en of dat iets oplevert. Een bekende schaakslogan luidt: Geef schaak, je weet maar nooit of het mat is. Kun je een dubbelschaak geven, dan weet je dat de koning van de tegenstander moet “moven”.

Stap drie: Bekijk alle slagzetten. Je weet maar nooit of je tegenstander een stuk of een pion heeft laten in staan. En wie weet ontdek je een winnend dame-offer. Heb je materieel voordeel, dan is afruilen/slaan vaak een goed idee. Sta je materieel achter, dan is het verstandig om alles wat je hebt op het bord te houden. Sla/ruil niet als het niet nodig is. Dan komt van ruilen meestal huilen.

Stap vier: Kun je iets dreigen. Dreig met mat, met het slaan van een ongedekt stuk of een ongedekte pion, met het onder controle nemen van een open lijn of een belangrijk veld, etc. Klik hier om de belangrijkste taktieken te bekijken.

Stap vijf: Als er volgens jou niets dreigt, schaakgeven niets oplevert, iets slaan geen zin heeft en er niets te dreigen valt, kijk dan hoe je je positie kunt verbeteren, bijvoorbeeld door te rocheren, stukken actiever te maken of ruimte te winnen.

Martien Brand

Weergaven: 1