Vroeger, in mijn vorige schaakleven, was ik een houthakker. Gambietje hier, gambietje daar. Grote halen gauw thuis. De morgen na de clubavond moest ik weer vroeg op om naar mijn werk te gaan, dus probeerde ik snel te winnen door vol in de aanval te gaan. Het was alles of niets.
In mijn tweede schaakleven na een stop van ruim vijftien jaar, ben ik de afgelopen twee seizoenen oude-mannen-schaak gaan spelen. Met wit en met zwart speelde ik de Hippopotamus, kortweg de Hippo. De eerste tien zetten speel je dan zonder veel nadenken ongeveer dezelfde zetten. Handig, maar slaapverwekkend.
Nu ik weer het hele seizoen partijen ga spelen, heb ik besloten terug te keren naar mijn vorige schaakleven, naar houthakken, gambieten en er vol voor gaan. Alles of niets.
De afgelopen clubavond speelde ik met wit tegen Mika Rensen; jong, de leeftijd van mijn kleinzoon. Ik speelde het Deens gambiet en na vijftien zetten stond de onderstaande stelling op het bord, nadat Mika met zijn d-pion mijn e-pion had geslagen.

Volgens Stockfish 18 is het +3.20, maar dan moet je wel met de loper de pion op e5 slaan. Slaat zwart dan met de dame de loper, gaat de dame verloren door The1. Ik speelde direkt The1. Zwart verdedigt dan de pion met de loper. Na Dg3 was het volgens Stockfish -1.06 voor zwart. Ik had de zaak nog kunnen redden door met de toren op d6 te slaan. Zwart slaat dan met de dame, waarna wit met de toren op e5 slaat met schaak. De zwarte koning wijkt dan uit naar f8, wit speelt dan Te8. Twee torens tegen een dame en een ongeveer gelijke stelling.

Uiteindelijk ging het van kwaad tot erger en gaf ik in het eindspel ook nog een stuk weg. Tijd om op te geven. Bij het afrekenen van de koffie, vroeg de koffiedame heel therapeutisch of ik er over wilde praten. Van je afschrijven helpt ook
Martien Brand






