Wil je je geheugen niet belasten met een uitgebreid openingsrepertoire, dan zou ik kiezen voor de Hippopotamus, kortweg de Hippo. Je kunt dat systeem met zwart en met wit spelen. Ongeacht wat je tegenstander speelt kun je op de automaat proberen voor wit of zwart de positie te bereiken die je hieronder ziet. Beide lopers gefianchetteerd, paarden voor de koning en de dame en zes pionnen op de derde/zesde rij.
Ik heb twee seizoenen zo gespeeld, maar het is wat saai en slaapverwekkend. Daarom ben ik in de vakantie aan de slag gegaan om een wat aggresiever repertoire te bouwen en te leren. De volgende methode bleek voor mij het best te werken. Ik wilde in ieder geval een resultaat, waarbij ik snel door de varianten zou kunnen bladeren. Bovendien moesten de varianten geordend zijn van meest tot minst gespeeld door de tegenstander.
Om het repertoire te bouwen heb ik op mijn iPad gekozen voor de app Chessstudio. Zelf heb ik de betaalde versie, maar de gratis versie werkt ook prima voor dit doel. Ik maak een nieuwe game aan in Chessstudio en open in een ander venster Lichess, de gratis schaaksite waar ik kies voor de optie Analyse in het menu Gereedschap. Ik zet in de rechterkolom bij Lichess de engine Stockfish 19 aan en laat hem 3 varianten berekenen (het pijltje bovenaan wijst naar de plek waar je dat in kunt stellen). In het onderste deel van de rechterkolom kies ik voor de database van gespeelde partijen (groene boekje) en kies voor de hele database ongeacht nivo. Je kunt ook kiezen voor de masters database.

Ik ben een e4-speler en die zet heb ik uitgevoerd. Je ziet dat e5 het meest gespeelde antwoord is. In de linkerkolom krijg je ook nog uitleg over de gespeelde opening. De zetten leg ik dan vast in hessstudio.

Volgende keer meer over het uitwerken van de hoofdvariant en de zijvarianten van een opening, met als voorbeeld het aangenomen koningsgambiet.
Martien Brand








