Hoeveel partijtjes spelen wij gemiddeld per jaar? Als ik naar mijzelf kijk, zijn dat er denk ik een stuk of honderd: vijftien op de club en de rest op Lichess of tegen mijn eigen schaakcomputer. Ik volg mijn openingsrepertoire en mijn partijen lijken wel op elkaar, maar geen enkele is precies hetzelfde als willekeurig welke andere.
In de vorige eeuw was Claude Shannon een pionier op het gebied van het schrijven van een computerprogamma, dat kon schaken. Hij vroeg zich af hoeveel schaakpartijen er mogelijk zijn om te zien of een computer al die partijen zou kunnen spelen en analyseren met als doel schaken “op te lossen”. Hij kwam tot een schatting van 10 tot de macht 120. Dat zijn meer mogelijke schaakpartijen dan er atomen zijn in het zichtbare universum. Het aantal mogelijke schaakpartijen, dat wij als schakers zinnig zouden noemen, wordt geschat op 10 tot de macht 40. Die schatting is gebaseerd op de veronderstelling dat er drie zinnige zetten zijn voor elke speler als hij aan zet is en een partij ongeveer 40 zetten duurt. De tijd die onze planeet nog heeft, voordat zij opgeslokt wordt door de exploderende zon is te kort om al die partijen met de computer te spelen en te analyseren. Met mijn honderd partijtjes per jaar kom ik ook wel tijd te kort, voordat ik het tijdelijke met het eeuwige verwissel.
Martien Brand







